Democratisch onderwijs betekent dat leerlingen mee mogen beslissen over hun eigen leerproces op school. Hierbij gaan we ervanuit dat als leerlingen vrij zijn om in eigen tempo en op eigen manier te mogen ontwikkelen, zij hun eigen natuurlijke leerwensen kunnen ontwikkelen.

Onze democratische school is gebaseerd op twee pijlers: vrijheid en gelijkwaardigheid.

Onder vrijheid verstaan wij dat leerlingen vrij zijn om te bepalen wat, hoe, wanneer en met wie ze willen leren en werken. Ze spelen veel, want spelen zorgt ervoor dat een leerling nieuwe dingen ontdekt en leert. Het vraagt dus flexibiliteit van leerlingen en begeleiders om steeds weer te kunnen inspelen op de nieuwe situatie. Als leerling ben je hoofdeigenaar van je eigen leerproces. De leerlingen leren afspraken maken, plannen, omgaan met verantwoordelijkheden en ontdekken wat zij zelf willen ontwikkelen. Door een basisstructuur te bieden, van passend lesmateriaal en een rijk lesaanbod, leren de leerlingen zelf structuur aan te brengen in hun dag, en accenten te leggen waar zij dat nodig hebben. Ze krijgen de ruimte om te doen wat bij ze past. De begeleiders volgen de leerlingen dagelijks in hun ontwikkeling en weten waar zij zich bevinden op de leerlijn. 

Met gelijkwaardigheid bedoelen we dat iedereen in het kindcentrum gehoord wordt en mee mag praten over hoe er bepaalde zaken ingevuld worden. Iedereen kan een motie indienen, die in de wekelijkse schoolkring besproken wordt. Iedereen mag meepraten, en moties kunnen aangenomen worden als iedereen het er mee eens is, of geen zwaarwegend bezwaar heeft. Deze manier van besluitvorming wordt een sociocratische besluitvorming genoemd. 

Er zijn bij ons op school geen klassen. Alle leerlingen zijn vrij om met elkaar te werken en aan te haken bij de verschillende lessen en activiteiten die aangeboden worden. Je doet de dingen die bij je passen. 

De leerling kan een diploma halen, maar het hoeft niet. Er kan gekozen worden om bijvoorbeeld ieder jaar een paar deelcertificaten te halen middels het erkende examen, om zo toe te werken naar een diploma VMBO-t, HAVO, of VWO. Of er wordt een meer gemengde route gekozen waarbij men deels schoolse vakken volgt en deels van alles onderneemt vanuit de eigen interesses. Het einddoel hoeft dan niet altijd een diploma te zijn.